Ouders in de Wachtkamer

  • Wachtkamer lief & leed

    Urenlang bracht ik de afgelopen jaren al door in wachtkamers. Voor mezelf, voor mijn man en kinderen en nu vooral voor mijn ouders. Op harde stoelen, op best lekker zittende banken, alleen of met heel veel wachtenden voor ons.
    En er soms is er vanálles te beleven!

    Een man met een stofzuiger op zijn rug die de roltrappen kwam stofzuigen. We vonden het een geniaal ding om te zien, en verzonnen er weer vanalles bij. Zou dit een klusje zijn voor degene die aan het kortste strootje trok? Of is het juist een graag gewild klusje? Hoe vaak zouden ze dit doen? Een week later zaten we er weer en kwam diezelfde man weer voorbij. Zou ‘ie weer het kortste strootje hebben gehad?
    Ook was er eens iemand die met zijn krukken van de roltrap af wilde. Eigenlijk durfden we niet te kijken, maar gelukkig zagen we dat hij na twee keer twijfelen eieren voor zijn geld koos en toch maar naar de liften liep.
    In de ietwat drukke wachtkamer van radiologie kwam een meneer, die wat onderuit gezakt in zijn scootmobiel hing, aanrijden. Arm over het stuur, nochalant, hij reed een beetje snel vonden wij.
    Bijna raakte hij in de bocht de oudere dame die daar op haar stoel een boekje zat te lezen. Net op het nippertje stuurde hij bij om haar en de muur te ontwijken. Hij leek opgelucht toen hij heel vriendelijk goedemorgen!! uitriep.
    Mijn moeder en ik slaakten een zachte zucht van verlichting.
    Daarna vroeg ze of ik ook een boek zou schrijven over wachtkamers.

    We zaten in de hal beneden te wachten en mijn moeder zei “kijk daar gaat een couveuse!” Vond ik een beetje een gekke plek in (dit) ziekenhuis maar je weet het nooit. En dan ga je dus nieuwsgierig zitten koekeloeren. Toen ze verder reed konden we het hele gevaarte zien en bleek het een etenskar te zijn…… We hebben er smakelijk om gelachen!

    Wat we het leukste vinden om te zien? Kersverse ouders die met hun newborn naar huis mogen en met maxicosi op schoot door de centrale hal rollen. 

    Ergernisjes zijn er ook wel hoor. Mensen die filmpjes kijken met (keihard) geluid of telefoongesprekken voeren zodat het hele ziekenhuis kan meegenieten. Zo zijn er ook nog mensen die broodjes pindakaas eten of red bull drinken. Brrr die lucht alleen al, maar zij zullen het wel lekker vinden.

    Sommige afspraken zijn ook gewoon heel spannend. Dat je met enorme buikpijn in de wachtkamer zit. Dan wíl je geen minuut langer wachten, maar gewoon direct de uitslag horen. En dan moet je soms even zuchten. Ik ook. Wij ook.
    Ik vind het meestal niet zo erg om lang(er) te wachten op mijn afspraak. Artsen hebben ook vaak meer tijd voor jou daarna, en ik vind het fijn dat je niet direct de deur uitgekeken wordt dan.
    We zitten daar allemaal met ons eigen verhaal. Soms hoor of zie je daar wat van. En eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik soms ook gewoon nieuwsgierig ben ‘wat iemand komt doen’. Niet op elke wachtplek kun je dat gemakkelijk bedenken.
    We zitten daar met ons eigen gevoelens van angst, spanning en onwetendheid.

    Dan kan er maar beter iets te zien zijn….              

  • Het had altijd erger kunnen zijn….

    Vorig jaar tijdens onze zomervakantie viel mijn man en brak hij zijn enkel. Hierdoor was de vakantie na 5 dagen over en gingen we naar huis. (Dat klinkt makkelijker als dat het was, maar dat doet nu niet ter zake)
    Op een zeker moment mopperde ik wat dat ik het niet zo leuk vond dat de vakantie nu ten einde was. Maar dát werd niet door iedereen op prijs gesteld. Want voor mijn man was het véél erger, vólgend jaar gingen we toch weer opnieuw naar deze plek en: hij leefde tenminste nog!
    Kort door de bocht: u mag weer mekkeren als ‘ie dood is!

    Nu is het een jaar later en we kunnen de dooddoener “volgend jaar doen jullie het gewoon opnieuw” wat ons betreft naar het hokje “onzin!” schuiven want dit jaar gingen we dus niet.

    We hoorden allerlei reacties: “Voor je vader/ ouders is het veel erger”: klopt!
    “Een jaar niet op vakantie is ook niet erg” (door iemand die nét terug was) klopt vást ook. Maar het voelt nu even niet zo.
    “Hij leeft nog”:  klopt óók!
    Wil ik dit soort reacties horen en / of zijn ze helpend: niet per sé.

    Het is vast al duidelijk, dit stukje gaat over dooddoeners!
    Ik schrijf erover om alles even op een rijtje te zette, om mijn frustraties even te uiten. Want zitten de uitsprekers van deze dooddoeners daarop te wachten: vast niet! Tevens loop ik het risico dat als ik die direct uit naar diegene dat het dan ‘nogal lomp mijn strot uitkomt”.
    En in elke dooddoener zit een kern van waarheid. Je zit mijns inziens als “ontvanger van de dooddoener” echter niet speciaal te wachten op dat bericht.

    Een week of wat terug liep ik nogal met mijn ziel onder mijn arm. Geen zin om wat te doen, geen zin om thuis te blijven, geen fut om iets te verzinnen, zorgen om mijn vader. En alle zoektochten kwamen uit op niets. Iemand vertelde me “dat ik gewoon wat leuks moest gaan doen”
    JA! Als ik dat gekund had dan had ik het wel gedaan. Maar alle leuke dingen waren (voor even) nu allemaal niet leuk.
    Ik nam de hond mee en ging een stuk wandelen. Ik was weer een uurtje bezig en tijdens zo’n wandeling wordt ik vanzelf wat afgeleid.

    Na het annuleren van onze vakantie vertelde iemand dat Nederland ook mooi was!
    uuh ja?
    ..
    Wat zou iemand willen bereiken met zo’n opmerking?
    Het internet heeft er iets over te zeggen:
    “Een dooddoener (of machtspreuk) is een nietszeggend argument dat een gesprek van het onderwerp afbrengt, waardoor een verdere gedachtewisseling wordt afgesneden, het dood doet slaan.”
    Wat ik ook nog vond: “je kunt er niets tegenin brengen” en: “een dankbare uitweg uit een gesprek dat je niet meer wenst te voeren”

    Ah, dat dus. Mensen vinden dat ik mekker? Of vinden het onderwerp lastig? Wat is er mis met zeggen dat dat allemaal stom is, of iets van die strekking?Van de week was er iemand die me vertelde “dat ik met mijn creativiteit vast wel iets leuks ga verzinnen”.
    Vast wel.
    Oh het komt goed hoor, we komen de zes zomervakantie – weken wel door. Thuis in een ziekenhuis of ergens anders.  
    We komen ze ook door als we alle vakantie – verhalen en -foto’s van iedereen zien. Hoewel het soms echt wel even zuur is óndanks dat we van huis uit ook leuke dingen doen.

    En vólgend jaar….

  • Misschien volgend jaar?

    We staan aan de vooravond van de Nijmeegse vierdaagse. Al jaren heb ik het erover dat ik die graag eens wil lopen.
    In 2017 speelde ik voor het eerst serieus met de gedachte, en ik moest van mezelf voor 1 januari 2018 hebben besloten of ik zou gaan. Ik kon geen besluit nemen, en dus ging ik niet.
    Gelukkig maar. Er was thuis ineens vanalles aan de hand en tijdens de “Via Gladiola” lag ik in bed met een longontsteking.
    De jaren erna speelde het zeker nog door mijn hoofd, maar echt serieus was het plan niet ,in 2020 en 2021 was er geen. In 2022 keek ik weer vanaf de bank en ontstond er een serieuzer plan.
    Ik zou eerst eens in mijn eentje de vierdaagse van de Bollenstreek lopen, en eens kijken hoe met dat zou bevallen. Ik was ingeschreven, plan gesmeed en…. drie dagen van tevoren kreeg ik (weer) corona en werd er dus niet gelopen. Idee was leuk, uitvoering minder.
    Zo rond oud en nieuw was er nog een klein plannetje over om in 2023 de Nijmeegse Vierdaagse te lopen. Blij dat ik me niet inschreef!
    Eerst scheurde ik mijn enkelbanden en daarna werd mijn vader ziek.
    Door die enkelbanden was er niks van trainen gekomen, en nu mijn vader zo ziek is zie ik het vertrek naar Nijmegen al helemaal niet zo zitten. Mijn moeder had (jaren geleden) al beloofd dat ze chef d’equipe zou zijn. En dat gaat nu ook niet.

    Er zijn ook ‘gewoon’ mensen die ‘m ongetraind lopen daar in Nijmegen. Ja leuk! ingeschreven, aan trainen niet toegekomen maar we zien wel. Wij maken er een heel ding van. Maar als ik ga dan wil ik ‘m uitlopen ook!
    Ik ben blij dat ik dit jaar niet hoef. Ook wel jammer, want het weer is er prima voor. Wel wat regen, maar prima temperaturen.
    Mijn enkel gaat het ook niet redden, die 4x 40 km. Omdat we niet gaan wandelen in Oostenrijk gaan zei ik gekscherend tegen de fysio “dat ‘ie nu weer een jaar langer de tijd had om de boel te fixen”.

    De vierdaagse van de Bollenstreek in oktober dit jaar durf ik me nog niet voor in te schrijven. Vorig jaar was ik mijn startgeld al kwijt vanwege corona. Dat hoef ik dit jaar niet  nog een keer kwijt te raken. Misschien schrijf ik me last minute nog in.
    Voorlopig kan ik zover nog niet vooruit kijken. En niet zover lopen ook trouwens.
    Feit is wel dat ik vrijdagmiddag weer op de bank lig te kijken naar de Via Gladiola. En dan vast weer te dromen van ‘volgend jaar loop ik ‘m ook’
    We gaan het zien…..

  • We zijn dankbaar dat dit kon

    Op 6 juli waren mijn ouders 45 jaar getrouwd.

    Door de ziekte van mijn vader konden ze dat helaas niet zomaar vieren. Daarom had ik stichting Ambulancewens gevraagd of ze me daarbij konden helpen. Na de behandeling in het ziekenhuis werd mijn vader daar opgehaald om naar het strand te gaan, om daar een klein feestje te vieren. Het was voor mijn ouders een grote verrassing dat we dit gingen doen. We hebben enorm genoten met elkaar! Precies vandaag nam Frans Bauer zijn nieuwe videoclip op en hij kwam mijn ouders ook nog feliciteren en zong “lang zullen ze leven” voor ze. Zijn lieve en mooie woorden waren echt een extra verrassing op deze toch al bijzondere dag. Onderweg naar huis reden we nog langs de kwekerij van mijn vader waar hij nu ook even rustig kon kijken. Het was een intensieve en zware dag voor hem, maar het was fantastisch! We zijn dankbaar dat dit kon.

    Enorm veel dank aan de stichting en de lieve vrijwilligers Michel en Patricia die met ons mee waren.

    Klik hier om naar de pagina van Stichting Ambulancewens te gaan.

    Link naar het artikel

  • Opgepast!

    Mijn vader is heel ziek. En op sommige momenten ben ik daar heel bewust mee bezig. Op andere momenten is het naar de achtergrond verdwenen, denk ik er even niet aan. En dan plots ‘plopt’ het weer op. Dat kan door iets dat ik zie. En soms zie ik ‘m dan ineens fietsen, of ik hoor de poort gaan. Dat kán niet. Op dit moment kan mijn vader dat echt niet. Maanden had ik er geen last van en nu ineens zie of hoor ik ‘m elke keer.
    Tegen sommige mensen wil ik er best over vertellen. Wat er is, hoe het gaat en hoe ik me voel. Maar tegen andere mensen, in andere situaties heb ik er écht geen behoefte aan.
    Zo ging ik vorige week naar de kapper. Het was wel weer tijd. Nu gaan mijn moeder en ik, wij, al jaren naar dezelfde kapper, ik denk dat ik daar al vanaf mijn 10e ofzo kom. Ze kennen ons, zegmaar.
    De kapster die me knipte had toevalligerwijs een paar dagen ervoor mijn moeder geknipt. “jaaa want toen had jij op je vader gepast!” wist ze te vertellen.
    Hmm.
    Ze vertelde nog wat over haar vertrek, we spraken door wat ik met mijn haar wilde: ‘knip er maar wat leuks van, beetje kort lekker makkelijk’, en daarna ging ze het wassen.
    Een massagestoel, en een hoofdmassage en ik vond dat heerlijk. Beetje ontspannen, even niks. Sneller dan gehoopt was mijn haar schoon en de massagestoel klaar dus kon ik terug in een gewone stoel voor de spiegel.
    Ze knipte wat, sneed wat en kletste wat. Ze vroeg naar de kinderen, hoe oud ze waren (oooh al zo oud, wat leuk ik heb je ook zooooooooooo lang niet gezien, ik vond het bijzonder dat ik je nog herkende!)
    Daarna vertelde ze nogmaals dat mijn moeder vorige week geweest was, waarop ik vertelde dat ik haar gestuurd had, en toen zei de kapster nogmaals ‘dat jij toen op je vader had gepast.’
    “Ik was BIJ mijn VADER inderdaad!” Zei ik terug.
    Manman, we hebben het niet over een kleuter. We hebben het over een man van 71 die ernstig ziek is. Daar pas je niet op, daar ben je bij, daar zorg je voor, die heb je lief. Maar je past NIET op.

    Een kletspraatje bij de kapper hoort erbij. Maar hier was wérkelijk geen spéld tussen te krijgen.
    Over haar kinderen, relaties in de familie, schoonfamilie en vriendenkring. Diploma-uitreikingen, ouderrollen en nieuwe werkplekken. Er kwam werkelijk geen einde aan.
    Waar ik eerst een beetje relaxed was door de hoofdmassage en massagestoel begon er nu een irritante hoofdpijn op te komen.
    Eén voordeel: ik dacht even niet aan mijn zieke vader.
    En alleen maar aan hoe ik hier zo snél mogelijk weg kom.
    Mijn reactie op haar gekakel was ondertussen niet veel meer dan hmmhmm en o-kee? Geworden. Want als ik zelf iets in probeerde te brengen dan ging ze weer direct verder met d’r eigen verhaal.

    Knip maar goed kort dat haar. Dan hoef ik hier voorlopig niet meer heen!

  • We gaan niet.

    Vorig jaar eindigde onze zomervakantie na 5 dagen omdat mijn man zijn voet brak. Hij met de ligtaxi naar huis, ik met hond en kinderen naar huis met een vriend die we in allerijl overgevlogen hadden. We “waren goed zuur” want naar deze vakantie in Oostenrijk hadden we, na meerdere “net niet” vakanties, meer dan een jaar uitgekeken. Voor we vertrokken boekten we nog net een nieuwe vakantie voor dit jaar. Wij hadden het naar ons zin, de kinderen vonden het fantastisch en we hadden nog láng niet alles gezien wat we wilden zien. Maar hey! Volgend jaar gaan we weer!
    En het liep helemaal anders…

    Mijn vader werd ziek en iets meer dan 4 weken voor vertrek besloten we niet naar Oostenrijk te gaan. Ik had al wat twijfels, maar nadat hij zei ‘dat hij liever had dat ik in de buurt was’ besloot ik het annuleren niet langer uit te stellen en nu direct de verzekering te bellen. Ze zullen wel gedacht hebben: oooh daar heb je hún weer…. Vorig jaar willen ze eerder terug, nu willen ze helemaal niet, waarom boeken die mensen überhaupt een reis naar Oostenrijk?
    Annuleren vanwege mantelzorg gaat niet, maar ‘gelukkig’ zijn ernstige ziekte en kans op overlijden dat wel.

    Eigenlijk willen we nog wel een weekje weg ergens in Nederland, niet te ver van huis. Niet te moeilijk, beetje luxe, hond mee.
    Al dagen zoek ik me suf. Toen we allebei meer dan een uur hadden zitten zoeken riepen we bijna tegelijkertijd ‘ik ben er klaar mee!’ en -klapklap- gingen er twee laptops dicht.
    Inmiddels zijn we weer een aantal dagen verder en er is van alles langskomen. Duur, HEEL duur, klein, HEEL klein, luxe, simpel, alles.
    Maar niet wat we zoeken, of: niets wat naar mijn zin is.

    Inmiddels staat mijn hele facebooktimeline vol met allerlei reclames voor vakantiehuisjes, komt er wat voorbij in een facebookgroep over last minutes en gaan alle google reclames ook over bungalowparken.
    Ook zie ik berichten van mensen die een vakantieadres zoeken voor zomer 2024. Zo ver kan ik nog niet eens kijken, laat staan dénken.

    Ik klik op meer dan de helft van die huisjes en reclames om ‘even te kijken’ en zo beheersen vakantiehuisjes mijn timeline….
    En ’t is allemaal niks. Correctie: ik vind het allemaal niks.
    Duur, klein, te ver, te druk, te rustig, ….
    of, dat wat het meeste voorkomt: VOL!
    De lijst met leuke vakantieadressen voor ooit is inmiddels zo lang dat we 135 moeten worden om dat allemaal te kunnen doen.

    Het frustratieniveau is hoog. Ik wil wat vinden, maar als ik wat vind is er áltijd wel iets mee. Ik stuur dagelijks wel iets ter beoordeling door naar mijn man.
    Op een zondagavond had ik het lumineuze idee om in dat park te kijken bij Parijs. Een paar dagen daarheen zou iedereen vast opvrolijken.
    En de hond? Ik dacht er zelfs over dat ik ‘die dan maar ergens onder moest brengen.”
    Ook niet echt iets voor mij, maargoed.
    Maar de prijzen voor dat park zijn echt niet leuk. Daar kan je minimaal 4 weken voor naar Oostenrijk.
    Ik roep stoer: ‘dat we dan wel thuisblijven’ maar ik wacht nu nog op het moment dat ik dat ook zo kan voelen.
    Wie weet komt er in de komende weken nog een last minute voorbij….

  • Tour du Alrijne

    Mijn vader was vroeger een fervent Tour de France kijker. Niet altijd de héle etappes (daar was in ieder geval door de week geen tijd voor) maar wel altijd de finish. Het werk werd tijdelijk gestaakt tot men over de finish was. En dat nam ik van hem over, want meerdere keren per week staat hier de tv aan voor de laatste kilometers. Ik heb er nul komma nul verstand van. Geen idéé wie de toppers zijn, wie er in de gele- of de bolletjestrui fietst en wat de belangrijke etappes zijn. Maar het klinkt zo gezellig!
    In de auto luister ik trouwens sowieso al vaak radio 1. En die jingles zijn de afgelopen jaren nauwelijks veranderd als je het mij vraagt. Nostalgie ten top.

    Nu doet mijn vader zijn eigen Tour de France. Ook wel bekend als de ‘Tour de Alrijne’
    Alle drie de locaties werden afgelopen week bezocht. Bloedprikken in Alphen op maandag, een afspraak met de oncologieverpleegkundige in Leiderdorp en de koninginnenrit* was de chemobehandeling op donderdag in Leiden.

    En in deze tijd van de Tour de France zie ik wel enige vergelijking. 
    Een col van de buitencategorie is er nog licht bij, als je het vergelijkt met het hebben van lymfeklierkanker. Elke keer spanning. Gaat het bloedprikken goed, hoe zijn de uitslagen en hoe voel je je na de behandeling. Voor de wind ging het niet. Na de eerste twee behandelingen kon hij nauwelijks bijkomen. Voor de rustdagen voorbij waren kwam de volgende klim alweer. 

    Hij begon eraan met pap in de benen.
    Helaas is na een week Tour de Alrijne de finish nog niet in zicht. De Tour de France duurt drie weken, en mijn vader doet dat zes keer. Zes keer drie weken. En dan is ‘ie er nog niet. Doorkachelen, aldus Gerrie Kneteman. Meer smaken zijn er niet. (Letterlijk) de dood of de gladiolen, ook zo’n uitspraak van Kneteman.

    Draagt mijn vader nu de bolletjestrui? Of de groene of gele? De witte trui komt ‘ie niet meer voor in aanmerking vanwege zijn leeftijd. Wat mij betreft verdient ‘ie ze allemaal. Mag ‘ie ze allemaal, elke dag, aantrekken op de denkbeeldige Champs Elysees. Beter worden van zo’n ziekte is topsport. Fysiek en mentaal.
    De arts zorgt voor het trainingsschema. En wij kunnen als verzorgers alleen maar toekijken, maar hebben ook een belangrijke rol in de tour. We kunnen voeding aanrijken, bidons vullen, hem naar elke nieuwe etappe rijden. Dingen uit handen nemen waar hij geen energie voor heeft. Hem stimuleren en motiveren.

    Op dit moment is Parijs nog ver. (Joop Zoetemelk) en de finish nog niet in zicht. Je hoopt dat hij er, ala Maarten Ducrot, niet ‘afgepierd’ word en dat hij de man met de hamer niet te vaak tegenkomt. Met twee vingers in de neus is het in ieder gevál niet. Het is afzien.
    Je weet dat de finish komt. Je hoopt dat ‘ie er ligt, en dat het trainingsschema van de arts klopt. Hij heeft het vaker begeleid, deze tour. Dus we vertrouwen erop.

    En Joop Zoetemelk zei ook ‘de tour win je in je bed.’ En dat is in de Tour van mijn vader ook zo. Gedeeltelijk dan!

    *De koninginnenrit is de zwaarste en belangrijkste etappe van een etappewedstrijd

Social Share Buttons and Icons powered by Ultimatelysocial